Fiscalisten met wie ik spreek, zeggen regelmatig dingen als:
‘Iedereen is toch op zoek? Dan kun je als fiscalist best hoge eisen stellen. Je hebt het toch voor het uitzoeken.’
Of:
‘Deze arbeidsmarkt biedt volop mogelijkheden om zelfstandig te starten. Er is vraag genoeg!’
En ook:
‘Ik heb weliswaar een A-selectief profiel, maar in deze arbeidsmarkt moet dat toch geen probleem zijn?’
Het zijn begrijpelijke gedachten. En ergens zit er natuurlijk ook een kern van waarheid in. De vraag naar fiscalisten is groot en veel kantoren zijn volop in beweging en op zoek.
Toch ligt de praktijk iets genuanceerder.

Kantoren zijn zeker op zoek naar nieuwe collega’s. Tegelijkertijd blijven zij vaak gericht zoeken naar die ene kandidaat die zo goed mogelijk aansluit bij het profiel dat zij voor ogen hebben. Er is veel behoefte aan versterking, maar dat betekent niet automatisch dat eisen en verwachtingen volledig worden losgelaten. Ook de voorkeur voor een duurzame, vaste samenwerking speelt bij veel kantoren een belangrijke rol.
De arbeidsmarkt is dus absoluut krap. Maar krapte betekent niet dat ieder profiel vanzelfsprekend overal past of dat iedere fiscalist onbeperkte mogelijkheden heeft. Of dat er automatisch een flinke salarissprong in zit.
Juist daarin zit misschien wel de paradox van de huidige fiscale arbeidsmarkt: er is veel vraag naar fiscalisten, maar tegelijkertijd wordt er nog altijd zorgvuldig gekeken naar de juiste match.
En misschien is dat ook helemaal niet zo vreemd. Een goede arbeidsmarkt draait uiteindelijk niet alleen om vraag en aanbod, maar vooral om de vraag: passen we bij elkaar?
Flexibiliteit als oplossing?
Wat mij daarnaast opvalt, is dat de vraag naar écht flexibele oplossingen relatief klein is.
Een fiscalist die naast de eigen praktijk bijvoorbeeld tien uur per week kan bijspringen. Een interimmer die tijdelijk zwangerschapsverlof opvangt. Of iemand die gedurende een bepaalde periode extra capaciteit biedt.
Het zijn oplossingen die op papier goed zouden kunnen passen bij een krappe arbeidsmarkt. In de praktijk zie ik echter dat kantoren ook hier vaak op zoek zijn naar een duurzame oplossing. En die oplossing is traditioneel vaak een dienstverband.
Ook remote werken vanuit het buitenland wordt lang niet altijd gezien als een oplossing voor de krapte.
Dat vind ik persoonlijk jammer. Juist meer ruimte voor flexibiliteit zou naar mijn idee een deel van de oplossing kunnen zijn. Niet iedere behoefte hoeft immers direct te leiden tot een vaste aanstelling.
Sterker nog: een flexibele samenwerking kan juist een mooie ‘snuffelperiode’ zijn. Even ervaren hoe het is om samen te werken, zonder direct langdurige verplichtingen aan te gaan. En wie weet ontstaat daar uiteindelijk iets moois uit: een samenwerking die begint als tijdelijk of flexibel, maar uitgroeit tot een duurzaam ‘huwelijk’.

