De arbeidsmarkt is op dit moment (2026) behoorlijk complex. Werkzoekenden hebben vaak een uitgebreid wensenlijstje: een goed salaris, een fijne werk-privébalans, een beperkte reistijd en liever niet té veel thuiswerken — of juist wél. En dan hebben we het nog niet eens over de inhoud van het werk en de werksfeer. Daarbovenop komt de groeiende behoefte aan flexibiliteit: zzp-constructies, remote werken of minder uren om daarnaast ruimte te houden voor andere ambities.
Kijk je echter vanuit de kant van de werkgever, dan ontstaat een heel ander beeld. Door de onrust in de wereld en de economische onzekerheid is dit voor veel bedrijven niet het moment om volledig aan al die verwachtingen te voldoen. Dat heeft weinig met onwil te maken, maar alles met de omstandigheden waarin zij opereren.

Dit resulteert dus regelmatig in niet positief aflopende sollicitatieprocedures. Te verwachtingen van de kant van de fiscalist waren te hoog en een werkgever of kantoor kan daar niet in meegaan. Daarnaast bemerk ik ook zeer veel twijfel bij zoekende fiscalisten. Het komt vaak voor dat men na goed denken, toch blijft zitten waar men zit. Heeft die wispelturigheid te maken met hoe de wereld tegenwoordig in elkaar steekt? Onrust, oorlogen en onzekere koersen. Ik denk het wel.
De realiteit is dat beide kanten concessies zullen moeten doen. Wat is écht belangrijk? Waar zit de ruimte om mee te bewegen en waar niet? De oplossing ligt in het vinden van een balans tussen verwachtingen en mogelijkheden.
Juist doordat er zoveel wensen en eisen op tafel liggen, zie je ook een zekere verharding ontstaan: het ‘hard’ spelen of vasthouden aan standpunten. Maar dat is zelden de weg vooruit. Vooruitgang begint bij wederzijds begrip en de bereidheid om samen te zoeken naar wat wél kan.

